Bouwen met hout: maar wat met de ontbossing?

29.11.2019

Bouwen met hout is een echt succesverhaal… Heel wat mensen stellen zich vragen over de beschikbaarheid van hout, of het snelle tempo waarop het wordt gebruikt. Ze focussen zich hierbij voornamelijk op ontbossing…

Kan bouwen met hout in Frankrijk en België echt leiden tot ontbossing?

Dit is een terechte vraag als we kijken naar de ontbossing in Zuid-Amerika ten gunste van de aanplanting van sojaplanten, Azië voor de aanplanting van palmbomen, en als we het hebben over de ontbossing in Afrika…

Gelukkig is het antwoord op deze vraag in onze landen negatief, op voorwaarde dat…. ? Voornamelijk, op voorwaarde dat er wordt gekozen voor aannemers die de voorkeur geven aan lokaal en Europees hout met een PEFC- of FSC-certificaat (certificaten voor de producten en/of bedrijven).

Nos forêts…

Het bosbeheer staat centraal in deze problematiek – maar ook in de oplossing! Landen zoals België, Frankrijk, Duitstalige en Scandinavische landen, hebben een lange traditie van bosbouw en bosbeheer. Dankzij deze kennis inzake bosbeheer kreeg een groot deel van de Europese bossen een PEFC-certificaat. In België kreeg meer dan de helft van de bossen, ofwel 300.000 ha, een PEFC-certificaat (bron: https://www.pefc.be/nl/over-pefc/pefc-belgium).

Wist u dat het bosbestand in Wallonië toeneemt? Als bewijs, de evolutie van de bosoppervlakte op 3 belangrijke data: 347.300 ha in 1830, 483.273 ha in 1950, 556.800 ha in 2016*. De helft van de bossen (meer bepaald 49%) is in handen van de lokale overheid en wordt beheerd door overheidsinstanties, de andere helft van het bosbestand is in privéhanden, en heeft ontelbare eigenaars, die elk beschikken over hun eigen kleine perceel, met een gemiddelde van 5 ha* per perceel.

Het bosbeheer: bomen laten groeien…

Sommige bomen werden aangeplant door de mens, andere zijn het resultaat van natuurlijke regeneratie. Toch hebben alle bomen één gemeenschappelijke basisbehoefte: licht vinden, waardoor ze aan fotosynthese kunnen doen. Daarom groeien bomen omhoog en kunnen ze zich ontplooien.

Om de bomen te helpen om goed te groeien en hun boomstam dikker te laten worden, moeten ze in contact kunnen komen met licht. Bosbeheer impliceert dan ook het snoeien van “maten”: de minst mooie bomen worden geselecteerd en ze worden gekapt (of gesnoeid) om meer licht en ruimte te bieden aan de beste en mooiste bomen, zodat deze in alle rust kunnen groeien. Dit proces vindt plaats op verschillende tijdstippen doorheen de levensduur van de boom. Dankzij de verschillende maten wordt het bos op een logische manier aangepast en wordt de houtsector op natuurlijke wijze van grondstoffen voorzien voor de productie van planken die bestemd zijn voor meubels, de bouwsector… Daarnaast kunnen er ook kleine bomen worden gekapt die worden gebruikt als brandhout.

Dit bosbeheer creëert meer licht, waardoor de bomen en planten zich beter kunnen ontwikkelen op de bodem. Daarnaast worden er voedingsstoffen gegenereerd en kunnen de dieren beschutting vinden.

Bomen: CO2 opslaan…

De bomen van de toekomst worden pas gekapt van zodra ze volgroeid zijn. Elke houtsoort heeft zijn eigen specifieke groeicyclus. De bomen worden gekapt voor een doordacht en economisch gebruik in de houtsector (grote draagbalken, mooie planken…), maar ook omdat onderzoekers hebben opgemerkt dat, na het punt waarop de bomen volgroeid zijn, ze vaak worden beschadigd (afsterven, omvallen omwille van een natuurlijke reden, onder invloed van wind of ongedierte…). Als een boom verdort, laat hij de CO2 los die hij op gezonde manier had opgeslagen tijdens zijn groeiperiode. Het is dan ook beter om de bomen eerder te kappen, aangezien al het hout dat wordt gebruikt in de bouwsector, in meubels… leeft en CO2 blijft opslaan… Dat noemen we ook de koolstofbron en een bijdrage tot een gezonde “decarbonisatie”…

De houtsector: een ecologische, economische en lokale functie

De houtsector in België en Europa heeft veel belang bij de voortzetting van zijn uitstekende bosbeheer. Dat is vooral belangrijk voor de goede werking van de sector en een positieve evolutie van de bossen. Daarenboven heeft het bos ook een economische en sociale functie: families brengen er heel wat tijd door, voornamelijk in een landelijke omgeving. In Wallonië, bijvoorbeeld, zijn er 18.400 personen werkzaam in de houtsector, met niet minder dan 85 verschillende beroepen*. Deze kennis wordt niet enkel gedeeld binnen de bossector, maar ook in de eerste houtverwerkende sector (zagerijen…) en de secundaire houtverwerkende sector (houtbewerking, meubelfabrikanten, raamkozijnen, fabrikanten van houten constructies…).

Nieuwe ideeën rijzen en – naast traditioneel bosbeheer – vinden we een antwoord op de veranderende behoeften van de burgers, dat noemen we in Wallonië “Pro Sylva”*. We denken niet langer alleen aan de bomen: we denken ook aan het bos als habitat voor dieren, plaats waar mensen samenkomen, het publieke bos dat wordt gedeeld via toerisme, zodat iedereen er kan wandelen en zich kan herbronnen.

Wat gebeurt er met onze bossen?

Onze bossen zijn in volle groei. Verschillende bomen en bedrijven krijgen een PEFC-certificaat (of FSC-certificaat) en het bos krijgt een menselijke dimensie (sociaal en economisch). We kunnen dus besluiten dat bouwen met hout in België en Frankrijk absoluut geen gevaar vormt voor onze bossen. In tegendeel, de ecologische en economische aantrekkelijkheid bevordert de hout- en bossector en biedt de mogelijkheid om deze sectoren te beschermen

Wilt u een bouwproject met hout lanceren? Wij geven u graag alle informatie! Neem contact op met ons.

*bron: Le grand livre de la forêt – Collectief werk onder leiding van Philippe Blerot en Christophe Heyninck – Forêt Wallonne asbl.